Beschermingsklassen en kentekens
Voor beroepsschoenen en veiligheidsschoenen gelden andere voorschriften, die hieronder worden weergegeven.
Aan beroeps- en veiligheidsschoenen worden soms heel verschillende eisen gesteld. Daarom hebben wij de verschillen, maar ook de overeenkomsten, overzichtelijk voor u op een rij gezet. Hieronder ziet u wat de beschermingsklassen en markeringen precies betekenen.
OB, O1, O2, O3: Beroepsschoenen
Beroepsschoenen hebben conform EN ISO 20347:2012 een antislip loopzool. De basis-beroepsschoen is met OB gekenmerkt. Zodra de beroepsschoen aan meerdere eisen voldoet, worden deze gekenmerkt met O1, O2 of O3.
- EN ISO 20347:2012 geldig sinds februari 2012
- EN ISO 20347:2007 geldig sinds 01 februari 2008
- EN ISO 20347:2004 geldig sinds 01 oktober 2004
- DIN EN 347 nog steeds geldig
SB, S1, S2, S3: Veiligheidsschoenen
Veiligheidsschoenen hebben een antislip loopzool conform EN ISO 20345:2011 en een veiligheidsneus (200 joule) ter bescherming tegen vallende voorwerpen en verbrijzeling. De basisgoedkeuring is gekenmerkt met SB. Zodra de veiligheidsschoen aan meerder eisen voldoet, wordt deze gekenmerkt met S1, S2 of S3.
- EN ISO 20345:2011 geldig sinds december 2011
- EN ISO 20345:2007 geldig sinds 01 februari 2008
- EN ISO 20345:2004 geldig sinds 01 oktober 2004
- DIN EN 345 nog steeds geldig
SRA, SRB, SRC: antislip
Zowel de beroepsschoenen als de veiligheidsschoenen moeten voorzien zijn van een antislipzool. Er zijn verschillen met betrekking tot de bedekking van de zool. Om de loopzool van een schoen te testen op zijn slipweerstand, wordt deze getest op verschillende vloeren met vloeistoffen. Afhankelijk van de testresultaten krijgt de schoen de volgende kenmerken:
- SRA: De schoen is slipvast op keramische tegels met SLS (natriumsulfaatoplossing).
- SRB: De schoen is slipvast op een stalen vloer met glycerol.
- SRC: SRA + SRB

